Donderdag 19 februari
APELDOORN – Voldoende allochtonen bij de politie is geen kwestie van politieke correctheid, maar een voorwaarde voor goed werk, stelt Bert Poelert, directeur van het Landelijk Expertisecentrum Diversiteit. ,,De politie wordt beter door diversiteit.”
Agent Jamal Moussane spreekt op straat met name allochtone jongeren aan om hen te interresseren voor een baan bij de politie.
Hij geeft voorbeelden. ,,Wanneer een observatieteam helemaal uit witte politiemensen bestaat, is zo’n team snel ‘stuk’ in een multiculturele wijk.
Als je als Hollandse politieman een overlijdensbericht moet overbrengen aan een Turkse familie, is van belang dat je eerst aan een Turkse collega kunt vragen: wat kan ik verwachten, wat moet ik beslist wel of niet doen?”
Poelert benadrukt dat allochtone politiemensen niet moeten worden gekoppeld aan allochtonenproblemen. ,,Elke politieambtenaar moet ‘multicultureel vakmanschap’ beheersen. Sommige collega’s willen niet voortdurend worden aangesproken op hun achtergrond, terwijl anderen daar juist hun eigen toegevoegde waarde in zien. Er is geen eenduidige aanpak.”
Probleem is echter dat allochtonen bij sommige korpsen net zo snel of nog sneller vertrekken dan ze binnenkomen.
,,Je stapt in een super-Nederlands bedrijf met andere normen en waarden dan in je eigen omgeving. Dat kan heel erg botsen,” zegt Jamal Moussane, chef van het politiewijkteam Hoeksche Waard over de stap voor een Marokkaan naar de politie. In feite baalt hij ervan dat allochtonen zo specifiek als doelgroep worden benoemd, omdat dit hen misschien nog meer afstoot.
Anders dan veel collega’s heeft hij zich niet zozeer bij zijn familie hoeven verdedigen toen hij bij de politie wilde, zegt Moussane. ,,Ik kom uit een gezin uit de stad met een redelijk opleidingsniveau en een moderne opvoeding. Bij mij speelde wel iets anders. Ik heb me in het begin achter de oren gekrabd en naar mezelf gekeken met de vraag: Met wie ga ik eigenlijk om? Hebben die mensen wat achter hun naam staan? Dat leidde ertoe dat ik van sommige contacten afscheid heb genomen.”
Dit raakt aan de recente ophef bij onder meer het korps Hollands-Midden over nieuwe allochtone politiemensen die vaak familie bleken te zijn van criminelen en veelplegers. Bert Poelert relativeert dit verschijnsel. ,,In sommige delen van het land heeft wel 20 procent van de Marokkaanse jongens een strafblad. Dan heb je als Marokkaanse politieman al heel snel ergens een neefje dat iets op zijn kerfstok heeft.”
Het kabinetsstreven van 8,5 procent allochtonen bij de politie in 2010, wordt waarschijnlijk niet gehaald. De stand van zaken verschilt weliswaar per regio: in Amsterdam bedraagt het percentage allochtonen binnen de politie nu twaalf, in Zeeland twee, passend bij de regionale bevolkingssamenstelling.
Werving en behoud blijkt in het hele land een moeilijk punt. Poelert: ,,In veel niet-westerse landen heeft de politie een andere statuur of een slecht imago.”
Korpsen breken zich het hoofd over de vraag hoe allochtonen aan zich te binden. Een folder of open dag werkt niet. ,,Sommige regio’s hebben in het recente verleden zelfs in moskeeën geworven,” meldt Poelert. ,,Ik ben daar aarzelend over, wegens de koppeling aan religie, maar ik begrijp wel de gedachte dat je dáár kandidaten bereikt.”
Eenmaal binnengehaald, worden allochtone medewerkers in sommige korpsen gekoppeld aan oudere ‘buddy’s’ (maatjes) met dezelfde culturele achtergrond, om hen te helpen zich te thuis te voelen. Allochtone agenten lopen namelijk ook nogal eens stuk op de harde bedrijfscultuur, die naast hun eigen cultuur en de Nederlandse, de derde is die zij zich eigen moeten maken. Maar Poelert is hoopvol. ,,Er komt vroeg of laat een culturele sprong. Over tien jaar is dit geen issue meer.”